Ik heb niks te verbergen . nl
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, artikel 8
Een ieder heeft recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.

Privacyfundamentalisme

Als ik op reis ga, neem ik voor mijn fotocamera vaak een klein statiefje mee. Op de monitor van de bagagescanner op Schiphol ziet dat statiefje eruit als een metalen buisje van ongeveer twintig centimeter. Op iedere luchthaven in de wereld haal ik dat statiefje uit mijn tas en leg het in een open bakje op de band, zodat de beveiligers kunnen zien wat het is. Anders kan ik er vergif op innemen dat mijn tas leeg moet. Zo niet op Schiphol. Daar laat ik het statiefje altijd in mijn tas zitten. De beveiliging is er nog nooit op aangeslagen.

Naar aanleiding van de mislukte aanslag op een vlucht van Amsterdam naar Detroit aan de vooravond van kerst 2009, wordt door het kabinet een versnelde invoering van de bodyscan op Schiphol bepleit. In de Tweede Kamer kan die maatregel op steun van een grote meerderheid rekenen. Maar met name in kringen van D66 klinken kritische geluiden. Niet verbazingwekkend als je in aanmerking neemt dat deze partij zich profileert als hoeder van onze grondrechten, privacy voorop. Met name Europarlementariër Sophie in ’t Veld heeft zich de afgelopen jaren opgeworpen als beschermvrouwe van onze privacy.

Toch ben ik verbaasd over sommige reacties die in D66-kringen hoorbaar zijn. De invoering van de bodyscan wordt door sommigen wel heel makkelijk afgedaan als een “populistische maatregel” die niet noodzakelijk is en niet bijdraagt aan de veiligheid. Volgens deze critici moeten we gewoon zorgen dat overheidsorganisaties beter samenwerken en informatie delen, dan komt alles goed. Daarmee wordt voorbij gegaan aan het feit dat het vastleggen en delen van informatie over personen ook een privacyvraagstuk is. De voorvechters van privacy willen toch ook niet we iedereen die maar enigszins ‘verdacht’ is op een lijst zetten en die de hele wereld over laten gaan?

Maar ik maak me vooral zorgen over de radicale stellingname. Ten eerste omdat dit haaks staat op de genuanceerde manier van denken die D66’ers doorgaans typeert. De strijd voor bescherming van de privacy die de afgelopen jaren – terecht! – door D66 op de agenda is gezet, lijkt bij sommige sympathisanten door te slaan, waarbij alles wat maar enigszins een inbreuk op de privacy kan vormen, resoluut wordt afgewezen. Ten tweede wordt er door deze mensen een karikatuur van de bodyscan gemaakt: met de ‘naakscanner’ kan “de overheid straks door onze kleren heenkijken”. Op basis van deze karikatuur hebben al honderden mensen zich op netwerksite Facebook aangesloten bij een actie tegen de ‘naaktscanner’ (“op de baricaden!”).

Laat er geen misverstand over bestaan: ook ik wil onze privacy niet lichtvaardig opgeven. Iedere (veiligheids)maatregel moet worden getoetst op effectiviteit en proportionaliteit, waarbij niet- noodzakelijke inbreuken op onze privacy zoveel mogelijk moeten worden vermeden. Tegelijkertijd ben ik voorstander van (wereldwijde) invoering van de bodyscan in de luchtvaart.

Feit is dat de beveiliging in de luchtvaart allesbehalve waterdicht is. Als ik al een metalen buisje onopgemerkt aan boord van een vliegtuig kan brengen, wie weet wat iemand anders dan kan meenemen. Ik verkeer ook niet in de veronderstelling dat het verbod om flesjes vloeistof met een inhoud van meer dan 100 milliliter echt bijdraagt aan onze veiligheid in de lucht. Ook kleine hoeveelheden van de juiste vloeistof kunnen grote schade veroorzaken. Dat is nu typisch zo’n voorbeeld van een niet-effectieve maatregel, die hoogstens bijdraagt het ‘gevoel’ van veiligheid. Ook het verplicht uittrekken van je schoenen op Amerikaanse luchthavens is niet veel meer dan een symbolische maatregel dan dat het echt kwaadwillenden van hun activiteiten weerhoudt.

Als de mislukte aanslag van vorige week iets duidelijk maakt, dan is het dat de huidige controles achter lopen bij de dreiging die uitgaat van mensen zoals de 23-jarige Nigeriaan Abdulmutallab of Richard Reid (‘the shoebomber’) die in 2001 een Amerikaans passagiersvliegtuig wilde opblazen. Ook terroristen gaan met hun tijd mee en spelen zij in op nieuwe veiligheidsmaatregelen door nieuwe methoden te ontwikkelen. Abdulmutallab wist dat het explosieve materiaal op zijn lichaam niet gevonden zou worden. En hij is niet de enige die dat weet. Ik vind dat persoonlijk niet echt een geruststellende gedachte als ik straks op 32.000 voet zit op weg naar mijn volgende reisbestemming.

Natuurlijk kan de samenwerking tussen instanties in de veiligheidsketen (altijd) beter. En natuurlijk is het zorgwekkend om te constateren dat de Nigeriaan al voor de mislukte aanslag bekend was bij de Amerikaanse autoriteiten. Maar dat is nu precies het hele punt: áls iemand die van plan is een aanslag te plegen al ergens ter wereld bij de autoriteiten bekend is, willen we er dan echt op vertrouwen dat die informatie precies op het goede moment op precies de goede plek is en dat degene die er dan kennis van neemt precies de goede beslissing neemt? Ik vertrouw graag op de professionaliteit van iedereen die in de veiligheidssector werkzaam is, maar laten we niet naïef zijn.

Zelfs ‘privacyfighter’ Sophie in ‘t Veld is genuanceerder dan een deel van haar achterban als het gaat om maatregelen die de veiligheid in de luchtvaart moeten verbeteren. Naar aanleiding van de mislukte aanslag van vorige week zei In ’t Veld op Radio 1 dat het natuurlijk van belang is om te zoeken naar methodes die zo min mogelijk inbreuk maken op de privacy en toch de veiligheid van passagiers zo veel mogelijk garanderen. Maar, voegde ze daaraan toe: “We moeten natuurlijk wel voldoende maatregelen nemen zodat we de technologische vooruitgang die terroristen boeken kunnen bijhouden.”

En zo is het. Ik wil niet wachten op een wèl geslaagde aanslag – met weet ik het hoeveel slachtoffers – voordat we maatregelen nemen die de veiligheid effectief verbeteren. Natuurlijk is veiligheid nooit voor 100% te garanderen. En natuurlijk zullen we vooral ook moeten blijven werken aan het wegnemen van de oorzaken van terroristisch geweld. Maar ook (fysieke) beveiligingsmaatregelen zullen nodig zijn om (nieuwe) dreigingen het hoofd te bieden. Met de bodyscan kunnen explosieven worden getraceerd die met de huidige ‘poortjes’ niet worden opgemerkt. Daarmee kunnen ze een belangrijke bijdrage leveren aan de veiligheid in de luchtvaart.

Ik ben tegen iedere vorm van fundamentalisme. Ook privacyfundamentalisme.

Menno van der Land
Politicoloog
Actief lid van D66
Initiatiefnemer van www.vrijzinnig-democraten.nl


Geachte heer van der Land,

Hierbij reageer ik op uw artikel over Privacyfundamentalisme van 6 januari 2010.

Volgens uw artikel bent u van mening dat sommige mensen door lijken te slaan in de strijd om hun privacy te beschermen. Helaas gaat u niet in op de mogelijke reden daarvoor. Deze wil ik graag aan u voorleggen. U zult uiteraard weten dat de afgelopen jaren nogal wat maatregelen zijn ingevoerd met de bedoeling om de burger te beschermen tegen allerlei terroristisch kwaad. Al deze maatregelen hebben invloed gehad op de privacy van de burger. De grote vraag bij het invoeren van al die maatregelen is: waar ligt de grens? De reden voor veel mensen om ‘door te slaan’ in de strijd om hun privacy te beschermen is omdat er geen antwoord op die vraag is.

Plaats uzelf 20 jaar terug in de tijd. Beeld u even in hoe Nederland toen was. Ik kom u tegen op straat en zeg tegen u: “Vanaf morgen dient elke Nederlander zijn vinderafdruk aan de overheid af te staan, ongeacht of hij of zij iets strafbaars gedaan heeft. Vanaf morgen loopt u de kans dat de politie u op straat gaat fouilleren, ongeacht of u iets strafbaars gedaan heeft. Ook kan vanaf morgen de overheid precies achterhalen wanneer u waar bent geweest (via mobiele telefoon) of wanneer u waar met de auto heen bent gereden (kilometerheffing), of met het openbaar vervoer (OV chipkaart). Uw medische gegevens worden centraal opgeslagen in een computersysteem waarvan u niet precies weet wie er toegang tot heeft. Uw kredietwaardigheid gaat eveneens in een computersysteem waarvan u niet weet wie daar toegang tot heeft of wat daar precies over u in staat. Laat staan dat u daar invloed op heeft. Ook gaan we alle gegevens van uw kinderen in een computersysteem vastleggen.” Dat zou schrikken zijn, nietwaar? En toch zijn we 20 jaar later in die situatie aanbeland. De vraag is echter nu: hoe ziet Nederland er over 20 jaar uit? Omdat niemand, en zeker de overheid niet, daar antwoord op kan geven, trappen veel mensen nu op de rem. Om te voorkomen dat zij straks in een situatie belanden vanwaar geen weg terug mogelijk is.

Het mooie van privacy is dat iedereen voor zichzelf kan bepalen wat voor hem of haar onder privacy valt en wat niet. Als ik een abonnement op de Donald Duck heb en ik wil dat voor mezelf houden, dan is dat mijn goed recht. Als ik mijn medische situatie geheim wil houden, dan is ook dat mijn goed recht. Als een overheidsinstantie roept dat bij bepaalde maatregelen de privacy niet wordt geschonden, dan is dat zeer eigenaardig. Het is namelijk helemaal niet aan hen om te bepalen wanneer mijn privacy wordt geschonden. Het enige dat anderen over mijn privacy kunnen zeggen is of een bepaalde schending strafbaar is of niet. Bij het tegen mijn wil in openbaar maken van mijn abonnement op de Donald Duck zal ik aanzienlijk meer moeite moeten doen om bij de rechter mijn gelijk te halen dan wanneer iemand mijn medische gegevens openbaart. Maar in beide gevallen ben ik de enige die kan bepalen of mijn privacy is geschonden of niet. Dat u zegt dat sommige mensen doorslaan in het beschermen van hun privacy is dus zeer opmerkelijk.

Wat ik eveneens zeer opmerkelijk vind is de manier waarop gereageerd wordt op het incident van 24 december jongstleden. Op planecrashinfo.com kunt u zien dat het aantal vliegtuigcrashes in Europa als gevolg van een terroristische aanslag extreem laag is. Het aanschaffen van bodyscanners, waarvan niet bewezen is dat ze de op 24 december gebruikte explosieven kunnen detecteren, is in mijn ogen niet meer dan een paniekreactie. Helemaal gezien het feit dat de aanslag mislukte. Door de huidige mate van beveiliging op Schiphol moest de aanslagpleger zijn bom dusdanig ombouwen, waardoor ontsteken lastiger werd, en een passagier de tijd kreeg hem te overmeesteren. Je kan het geluk noemen, maar je kan je ook afvragen of de huidige mate van controlleren van passagiers op Schiphol misschien al voldoende is. Daarbij is het invoeren van een maatregel na een incident die alleen bescherming biedt tegen dat incident niet echt efficient. Je loopt dan namelijk steeds achter de feiten aan.

Helaas worden te vaak beslissingen op het gebied van veiligheid gemaakt op basis van emotie en niet op basis van gezond verstand. Een bepaalde dreiging heeft een kans op optreden. Als deze dreiging op een gegeven moment werkelijkheid wordt, houdt dat niet automatisch in dat vanaf dat moment de kans op optreden groter is, ondanks dat ons gevoel anders zegt. Het lijkt erop dat met het resoluut aanschaffen van de bodyscanners daar wel vanuit gegaan wordt. De overheid probeert vaak de kans op een terroristische aanslag naar nul te brengen, terwijl dit onmogelijk is. Er zijn bepaalde risico’s in het leven en die zul je moeten accepteren. De kans op een terroristische aanslag op een vliegtuig kan je nog verder verlagen, maar het enige dat je daarmee zult bereiken is dat vliegen zeer onaangenaam wordt en dat terroristen hun werkterrein zullen verschuiven. Naar bijvoorbeeld treinstations. En begint het liedje dan weer van voorafaan? Het wordt tijd dat we ophouden met onzelf bang te maken. Ophouden onze emotie de overhand te laten nemen en eens ons gezond verstand te laten spreken. Anders gaan de terroristen winnen zonder dat ze daar iets voor hoeven te doen.

Vliegen is vele malen veiliger dan auto rijden. De kans dat ik om het leven kom door een auto-ongeluk is vele malen groter dan dat ik om het leven kom door een vliegtuigcrash, laat staan een vliegtuigcrash als gevolg van een terroristische aanslag. En toch stappen we elke dag zonder enige angst in de auto, maar spoken de beelden van een terrorist rond in ons achterhoofd zo gauw we een vliegtuig binnenstappen. De gemiddelde vliegtuigpassagier heeft nog nooit een terrorist gezien en zal er nooit één zien ook. Dat geldt ook voor u. Heb dus vooral niet de illusie dat een terrorist u iets zal aandoen als u op 32.000 voet op weg bent naar uw volgende reisbestemming.

Met vriendelijke groet,
Hugo Leisink


Beste Hugo,

Ik heb je reactie op mijn artikel in Trouw gelezen. Hierbij mijn - wat vertraagde - reactie:

In de eerste alinea van je reactie schets je een beeld dat doet denken aan een 'big brother samenleving'. Ik geloof daar niet in. Natuurlijk, er is tegenwoordig (technisch) erg veel mogelijk en schendingen van de privacy liggen daarbij op de loer. Maar vergeet niet: dat er veel mogelijk is, wil niet zeggen dat al die mogelijkheden ook worden benut. Bovendien zijn veel van de zaken die je noemt wettelijk aan beperkingen gebonden. Denk bijvoorbeeld aan opsporingsdiensten, die echt niet ongelimiteerd overal bijkomen als ze dat niet goed kunnen onderbouwen. En dat is precies waar het mij om gaat: bij ieder middel moet wat mij betreft goed naar de wettelijke waarborgen en randvoorwaarden worden gekeken. Wat wordt vastgelegd, door wie, hoe lang en wie kan daar bij? Het College Bescherming Persoonsgegevens vervult daarin naar mijn mening een goede en belangrijke rol.

In het tweede deel van je artikel wijs je er terecht op dat het bepalen van een grens t.a.v. privacy ondoenlijk is. Dat maakt het wat mij betreft ook van belang dat we daarover met z'n allen over in debat gaan. Wat vinden we wel ok en wat vinden we te ver gaan. Overigens ben ik het niet helemaal met je argument dat alleen jijzelf kan bepalen waar de grenzen van jouw privacy liggen. Vanuit jouzelf gezien mag dat zo zijn (ik heb zelf ook wel zo mijn ideeën over mijn eigen privacy), maar wetten gelden voor iedereen in dit land. Het is nou eenmaal nodig om wettelijk te bepalen wie, wanneer, waarom inbreuk op mag maken op jouw en mijn privacy.

Wat het slot van je artikel betreft: ik denk dat we het er snel over eens zullen zijn dat 100% veiligheid niet bestaat, dat we niet op basis van emotie, maar op basis van gezond verstand moeten handelen en dat maatregelen effectief en efficiënt moeten zijn. Op basis van dat stuk van je reactie denk ik dat onze standpunten niet eens zo ver uit elkaar liggen. Ik ben net zo blij met het 'nee' van het Europees Parlement tegen het verstrekken van bankgegevens aan de VS als jij (naar ik aanneem). Ik heb in mijn artikel in Trouw 'slechts' de andere kant van jouw betoog willen aangeven, namelijk dat we ook niet bij voorbaat en per definitie iédere maatregel moeten afschieten, onder het mom van steeds verdergaande beperking van de privacy. Dat argument begint voor sommigen een soort dogma te worden en daar heb ik me tegen gekeerd. Ik houd als vrijzinnig-democraat nou eenmaal niet van dogma's ;)

Met vriendelijke groet,
Menno van der Land


Geachte heer van der Land,

Dank voor uw reactie. Wederom stuur ik u een antwoord terug. Niet met de bedoeling om u te overtuigen van mijn mening, maar om de discussie op gang te brengen over dit onderwerp. Ik hoop van harte dat u bereid bent om de discussie over dit onderwerp met mij voort te zetten.

Ik geloof net als u niet in een Big Brother samenleving. Ik geloof niet dat onze overheid ooit een totalitair regime zal worden die haar burgers volledig controleert. Echter, ik geloof wel in een Little Sisters samenleving. Meerdere afzonderlijke overheidinstanties en bedrijven die allemaal met een deel van mijn gegevens aan de haal gaan. Een groot gevaar van al deze little sisters is dat moeilijk in te zien is wie welke gegevens over mij heeft en wat daarmee doet. Wellicht moeilijker dan in een Big Brother situatie. De overheid werkt beslist niet mee in het inzichtelijk maken daarvan. De AIVD blijkt op grote schaal telefoontaps in te zetten, aanzienlijk meer dan in de rest van Europa. De verantwoordelijke minister, mevrouw ter Horst, weigert daar inzicht in te geven. Of deze opsporingsdienst dus ongelimiteerd overal bijkomt zonder onderbouwing is dus niet te garanderen! Dat er technisch veel mogelijk is, wil inderdaad niet zeggen dat al die mogelijkheden door opsporingsdienst benut worden. Maar er is tevens niks dat garandeert dat dat in de toekomst niet zal gebeuren.

U gaf aan dat het CBP een belangrijke rol speelt in het bewaken van de privacy van burgers, maar helaas blijkt de burger in de praktijk weinig te hebben aan het CBP. Voor individuele zaken heeft het CBP absoluut geen tijd. De CBP geeft algemene adviezen die simpelweg de wet volgen. En blijkt een overheidsinstantie zich niet aan de wet te houden, dan is een aanpassing van die wet een uitkomst die zeer goed mogelijk is. Zo blijkt in de kwestie van de nummerbord registratie door de Rotterdamse politie. Een in mijn ogen nogal respectloze handeling.

Ik ben het helemaal met u eens dat er wetten nodig zijn om te bepalen welke inbreuk op de privacy wel en niet strafbaar is. En daarbij kan je simpelweg niet iedereen tevreden stellen. Daar kan ik mee leven. Waar ik minder goed mee kan leven zijn de wetten die de privacy aantasten, maar waar geen enkele burger beter van wordt. Waarom moet de OV chipkaart op naam en worden mijn reizen gelogd? Als ik gewoon betaal voor mijn OV reis, dan is het daarmee toch klaar? De privacy van de burger wordt grof geschonden, de overheid krijgt meer zicht op haar burgers en geen enkele burger is beter af met de OV chipkaart dan met een strippenkaart. Er ligt een plan klaar om mijn autoritten via een GPS bij te houden. De overheid claimt dat die ritten niet door de overheid worden bijgehouden, maar in het geval van een rechtzaak zijn ze toch beschikbaar. Nogal tegenstrijdig. Waarom moeten mijn vingerafdruk in een landelijke database en in mijn paspoort? Het argument is bescherming van de identiteit van de burger. Technisch gezien maakt het huidige gebruik van een vingerafdruk in het paspoort het paspoort alleen maar onveiliger (de precieze reden is een lang verhaal, kan ik u vertellen indien u daar interesse in heeft). De identiteit van de burger is daarmee dus slechter beschermd. Identiteitsdiefstal is een groeiend probleem, maar wetten en middelen om slachtoffers van identiteitsdiefstal te helpen zijn ver te zoeken. Zomaar wat voorbeelden van nieuwe wetten waarvan de burger zogenaamd beter moeten worden, maar in de praktijk alleen maar slechter van wordt.

In uw laatste alinea geeft u aan dat de argumenten om tegen nieuwe maatregelen te zijn volgens u op een dogma beginnen te lijken. Dan is mijn vraag: is dat verkeerd? Is het verkeerd om principes te hebben en daar aan vast te houden? Voor veel mensen gaan huidige maatregels al te ver en het is dus niet verwonderlijk dat nieuwe maatregels zeer kritisch ontvangen worden. Of de argumenten al dan niet op een dogma beginnen te lijken is echter niet belangrijk. De reden waarom de argumenten op een dogma beginnen te lijken is wel van belang. Waarom beginnen steeds meer mensen zich te verzetten tegen nieuwe maatregels? Zit er misschien een kern van waarheid in die tegenargumenten? Bestuurders van een democratisch land dienen te allen tijde open te staan voor tegenargumenten. Dogma of geen dogma.

Met vriendelijke groet,
Hugo Leisink

Terug